Luc’s Weetjeshoek; Nijmegen

Beste lezers,

Vandaag is het weer vrijdag en op vrijdag betekent het dat ik weer een Luc’s Weetjeshoek ga schrijven; na mijn eerdere extra weetjeshoek afgelopen maandag in verband met de NAVO-top (Weetjeshoek over de NAVO), ga ik nu een ander onderwerp wat met een N begint behandelen en wel Nijmegen, de stad die we allemaal kennen, of ten minste in de regio waar ik woon! En Nijmegen is een stad bekend om zijn geschiedenis enm de Vierdaagse, hoewel het niet een wereldstad is zoals Londen wat ook in dezelfde periode door de Romeinen gesticht is! Nijmegen is vooral een provinciestad die toch vooral bestaat uit winkelboulevard! Maar toch is de geschiedenis heel interessant! Dus laten we gaan diepduiken in de geschiedenis van Nijmegen!

Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v. Chr.)

Binnen de grenzen van Nijmegen bevinden zich heuvels en een belangrijke rivier, de Waal. Dat maakt Nijmegen al duizenden jaren een aantrekkelijk gebied om te wonen, duizenden jaren voordat de Romeinen zich hier vestigden voelden boerengemeenschappen zich hier al thuis! Hun – soms monumentale- grafheuvels legden ze vooral aan de noordrand van de stuwwal die was ontstaan na een ijstijd, en op zandige heuvels, vanaf het huidige Kops Plateau tot op wat nu het Valkhof is, aan de overkant van de Waal, in het Betuwse deel van Nijmegen, zijn talrijke sporen van bewoning en begraving te vinden!

Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. tot 500 na Chr.)

Rond het begin van onze jaartelling vormde Nijmegen een gunstige uitvalsbasis voor de Romeinse bataljons en legioenen die naar het noorden wilden trekken om daar de boel te veroveren. De Bataven (of zijn het Batavieren, of Batavusfietsen?) die hier al woonden werden bondgenoten van de Romeinen. Als medestanders van de Romeinen kregen ze bepaalde voorrechten, zoals dat ze geen belasting hoefden te betalen! Kort voor onze jaartelling legden de Romeinen op de Hunnerberg een houten legerkamp aan, waar wel 2 legioenen konden verblijven, en op het eerder genoemde Kopsplateau bouwden ze een commandopost. Op en rond het huidige valkhof verrees een burgernederzetting (iets wat nu een stad of een dorp genoemd wordt), namelijk Oppidium Batavorum, de stad van de Bataven dus. Hier woonden Romeinen en Bataven vreedzaam naast elkaar, handelaars, ambtenaren en zulks! Twee fragmenten van een Romeinse godenpijler die in 1980 op het Kelfkensbos werden gevonden zijn HET bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is, en toch vind ik het jammer dat er van die oudheid niets meer te zien is en Nijmegen nu vooral winkelboulevard is geworden!

Maar in het jaar 69 na Christus gebeurde de, jawel, Bataafse Opstand waarbij Julius Civilis een belangrijke rol speelde nadat de Bataven jarenlang veel meer manschappen dan gebruikelijk aan het leger hadden moeten leveren. Ook perkten de Romeinen steeds meer de zelfstandigheid van de Bataven in. In eerste instantie verliep de opstand succesvol voor de Bataven, maar daarna the tables have turned en toen wonnen de Romeinen toch en Civilis werd bij Xanten verslagen. Hij vluchtte en trok zich terug in het Oppidium Batavorum. Nadat hij de stad geplunderd had, zette hij de fik erin en vertrok naar wat nu de Betuwe heet en in 70 waren er dan eindelijk vredesonderhandelingen, omdat de Bataven in het nauw waren gedreven!

Na de Bataafse Opstand bouwden de Romeinen in 71 n. Chr. een nieuw kamp op de Hunnerberg, een legerplaats voor het Tiende Legioen. Dit was de enige plaats in Nederland waar een compleet legioen lag. Rondom de legerplaats ontstond een kampdorp waar handelaren, ambachtslieden en de vrouwen van de soldaten woonden. Tegelijk legden ze ter hoogte van het huidige Waterkwartier een compleet nieuwe stad aan: Ulpia Noviomagus Batavorum (Nieuwe Ulpische Markt in het land van de Bataven), de grootste stad van de Lage Landen. Ulpia verwijst naar de familienaam van Marcus Ulpius Trajanus, de keizer die Nijmegen rond het jaar 100 het stadsrecht en het marktrecht gaf. Van de Romeinse naam Noviomagus (Nieuwe Markt) is de huidige naam Nijmegen afgeleid. De naam Noviomagus (Noviomagi) vinden we terug op de zogeheten Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart.

Maar aan alles komt een eind, en zo ook aan de Romeinse tijd in Nijmegen want de Romeinen verlieten de stad in 270, waarna een kleine handelsnederzetting aan de Waalkade overbleef en het koste de Romeinen steeds meer moeite om de grenzen van het Rijk te verdedigen en in de vierde eeuw wist keizer Constantijn de Grote tijdelijk een einde te maken aan de chaos aan de grenzen van zijn rijk. In het kader daarvan het gebied van het huidige Valkhof opnieuw ingericht en werd er een castellum (een fort, leuk weetje; Castellum is ook het woord waar “kasteel” van is afgeleid) gebouwd met diepe en brede grachten. Naast burgers zaten hier ook Romeinse troepen en later ook Frankische manschappen om de grenzen van het Romeinse Rijk te helpen verdedigen. Het castellum stond in verbinding met een wachtpost in Heumensoord door patrouilles en op de Oostelijke Waalkade werd de handelsnederzetting met een dikke muur versterkt, maar in de 5de eeuw bezweken door de Grote Volksverhuizingen de grenzen van het Rijk en was het voor de Romeinen finito!

Tijd van monniken en ridders (500 tot 1000)

Dit is een interessante periode, wanyt in deze periode begint de opkomst en de val van Karel de Grote, een Frankische staatsman en keizer en koning en zo die ook in Nijmegen zijn woonplaats had (ook al was zijn belangrijkste paltys bij Aken, net over de grens), nog steeds is Karel de Grote een belangrijk symbool voor Nijmegen (zie het Karel de Grote College, Keizer Karelpodia, Keizer Karelplein, Keizerstad FM heb je….) Maar goed, in deze tijd laat Karel zijn palts bouwen hier en die palts staat nu bekend als, jawel, het Valkhof!

Keizerkarelplein van boven!

In de achtste eeuw was Nijmegen opnieuw onderdeel van een groot rijk. Numaga, zoals Nijmegen toen heette, werd de meest noordelijk gelegen verblijfplaats van Karel de Grote. Waar ooit het oude castellum stond liet hij een palts (burcht) bouwen. De Karolingische vorsten kenden nog geen vaste residentie, maar vanaf 777 bezocht Karel meerdere keren de palts om hier het paasfeest te vieren, gezanten te ontvangen, besprekingen te voeren of oorkonden uit te vaardigen. Dankzij Karel de Grote tooit Nijmegen zich nog steeds met de naam Karelstad of keizerstad (zie de net door mij genoemde dingen). De burcht werd herhaaldelijk verwoest en herbouwd. In 1155 bouwde Frederik Barbarossa, die in Karel de Grote zijn grote voorbeeld zag, een nieuwe burcht op de plaats van de Karolingische palts met een imposante reuzentoren (donjon) in het midden. Deze toren zou tot het eind van de achttiende eeuw het stadsbeeld beheersen. Hoewel niet uit dezelfde tijd, maakten de rond 1030 gebouwde St. Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne eertijds deel uit van de burcht. En weet je, een van mijn begeleiders bij TriUnity heeft ook de naam Barbarossa omdat hij een beetje een rossige baard heeft! Het is die weeb begeleider!)

Tijd van steden en staten (1000 tot 1500)

Vanaf ongeveer 1200 ontstonden langs de grote rivieren welvarende handelssteden, mede dankzij de Hanze, en Nijmegen was hierop geen uitzondering, Nijmegen ligt tussen land- en waterwegebn en ligt dus erg gunstig, wat betekent dat er goed handel gedreven kon worden, bovendien was er vruchtbare rievierklei, waardoor de bevolking goed te voeden was en voedsel goed groeide!

Het middeleeuwse Nijmegen maakte deel uit van het Heilige Roomse Rijk, dat zich zag als de voortzetting van het Romeinse Rijk in West- en Midden-Europa. In de dertiende eeuw begon het Heilige Roomse Rijk steeds meer uiteen te vallen in hertogdommen en graafschappen. De invloed van de keizer nam daardoor af. Nijmegen, intussen uitgegroeid tot een belangrijk handelscentrum en keizerlijke verblijfplaats, kreeg in 1230 van Rooms-Koning Hendrik VII (de boogde keizer) dezelfde stadsrechten als Aken. De Waalstad werd een vrije rijksstad met een eigen bestuur en eigen rechtspraak, rechtstreeks vallend onder het gezag van de keizer.

Kort daarna, in 1247, kwam de stad echter in Gelderse handen. Graaf Otto II van Gelre en Zutphen kreeg haar als onderpand van de armlastige Rooms-koning Willem II. Aangezien de lening van zestienduizend marken nooit werd afbetaald, bleef Nijmegen Gelders. De geschiedenis van Gelre was in 878 begonnen met de nederzetting Gelre, het huidige Geldern in Duitsland, ongeveer tachtig kilometer van Nijmegen. In de elfde eeuw ontstond rond deze plaats het graafschap Gelre. Dit bestond sinds 1247 uit vier delen, te weten de vier kwartieren Nijmegen, Roermond, Zutphen en Arnhem. Het oude Gelre was dan ook aanzienlijk groter dan de huidige provincie Gelderland en omvatte zelfs dus een deel van wat nu de provincie Limburg is.

Graaf Otto II wist Nijmegen verder tot ontwikkeling te brengen. Tijdens zijn bewind vond de eerste omwalling van de stad plaats en werd de burcht op het Valkhof versterkt. Omdat de oude parochiekerk de uitbreiding van de burcht in de weg stond, werd zij afgebroken. Op de toen nog vrijwel onbebouwde Hundisberg verrees er een nieuwe kerk. Hier staat de Sint Stevenskerk nog steeds, nu een bekend symbool van de stad. De inwijding van de kerk in 1273, door de Duitse filosoof en theoloog Albertus de Grote, was een mijlpaal in de geschiedenis van de stad.

Eind dertiende eeuw had Nijmegen een sterke burcht, stadswallen, een grote parochiekerk, verschillende kloosters, een haven met pakhuizen en een aantal zogenaamde stadskastelen, bewoond door rijke handelaren en andere notabelen. Nijmeegse kooplieden onderhielden nauwe contacten met Parijs en de Vlaamse steden, destijds de economische centra van de wereld.

In de veertiende eeuw bereikte de stad een voorlopig hoogtepunt. Het stadhuis, het vleeshuis en de waag verlieten toen de Waaloever en verhuisden naar de bovenstad. Het stadscentrum kreeg definitief vorm, toen ook de bestuurlijke en economische macht zich concentreerde op de Hundisburg en omgeving. De Waagh daar is nu een restaurant waar je heerlijk kunt eten! Misschien ga ik er morgen weer eten!

Nijmegen werd de belangrijkste stad van Gelre. De stad ging zich steeds meer mengen in de interne Gelderse politiek waar zij een leidende rol in wist te veroveren. In de vijftiende eeuw groeide zij zelfs uit tot een van de belangrijkste – en dichtstbevolkte – steden van de Nederlanden. Arnhem en de overige Gelderse steden liet zij ver achter zich. In 1402 trad Nijmegen toe tot het machtige Hanzeverbond, een netwerk van steden dat vooral de handel met de landen rond de Oostzee stimuleerde, dus Nijmegen was, een Hanzestad, die helaas zijn glorie is verloren en nu een provinciestad is geworden, net als Deventer en Doesburg. Door de toename van de bevolking werd een nieuwe ommuring noodzakelijk. Resten hiervan zijn nog aanwezig in het Hunner- en Kronenburgerpark. Ook de Stratenmakerstoren en de Lieve Vrouwenpoort aan de Waalkade behoren tot deze vijftiende-eeuwse ommuring.

Het aantal kerken en kloosters nam aan het eind van de middeleeuwen fors toe terwijl bestaande kerken en kloosters zich uitbreidden. Op het Mariënburgplein staat nu nog de uit 1431 daterende kapel van de zusters van de congregatie van Windesheim. Zij bewoonden het bij de kapel horende klooster. Op de plaats van het nonnenklooster werd in 1823 het (wapen)arsenaal gebouwd. En dat Arsenaal, is nu ook eeen restaurant!

De rijkdom van de stad in de vijftiende eeuw stimuleerde de kunst. Zo kwamen uit de hier wonende kunstenaarsfamilie Maelwael de beroemde gebroeders Van Lymborch (‘Van Limburg’) voort. Hoewel zij hun kunstwerken in Frankrijk maakten, hielden zij contact met hun vaderstad. De broers Herman, Paul en Johan van Lymborch werden omstreeks 1400 door hun oom, de schilder Johan Maelwael, naar Frankrijk gehaald. Daar traden zij in dienst van de Bourgondische hertog Philips de Stoute. Na diens spoedige overlijden kwamen zij onder de hoede van zijn broer, hertog Jean de Berry, voor wie zij hun beste werk maakten: de getijdenboeken Les Belles Heures en Les Très Riches Heures. Nijmegen viert nog iedere augustus het Gebroeders van Lymborch-festival, waarbij de stad even terug in de tijd gaat en je allemaal middeleeuwse ambachten en zo kunt zien!

Al was Nijmegen in deze tijd geen belangrijk centrum van geleerdheid, een enkele geleerde haalde de geschiedenisboeken zoals Willem van Berchen. Hij schreef de Gelderse kroniek, het eerste geschiedwerk over het hertogdom. De eerste Nederlandse drukker was de Nijmegenaar Gherard van Leempt, die in 1471 een drukkerij begon in Utrecht. In 1479 keerde hij terug naar de Waalstad waar hij in datzelfde jaar het eerste Nijmeegse boek uitgaf. Uit begin zestiende eeuw dateert de eerste druk van het mirakelspel Mariken van Nieumeghen. De schrijver hiervan is onbekend. Het stuk, met in de middeleeuwen populaire thema’s als verleiding, zonde en vergeving, verwijst ook naar de politieke strijd in Gelre in de tweede helft van de vijftiende eeuw. Marieke van Nijmegen is hoe dan ook nog steeds een mascotte voor Nijmegen (Moenen trouwens ook, zie Grand Café Moenen aan de Grote Markt!

Tijd van ontdekkers en Hervormers (1500 tot 1600), tijd van Regenten en Vorsten (1600 tot 1700) en tijd van Pruiken en Revoluties (1700 tot 1800)

In 1543 maakte het Traktaat van Venlo een einde aan de zelfstandigheid van het hertogdom Gelre. Het door de Habsburgse keizer Karel V, de hertog en de Gelderse steden ondertekende stuk verenigde het hertogdom met de overige Nederlandse gewesten.

Al deze gewesten vielen voortaan onder het Spaans-Habsburgs bestuur. Voor Nijmegen betekende dit dat haar leidende rol in de Gelderse politiek voorgoed was uitgespeeld. De centralistische politiek van de nieuwe heersers tastte de eeuwenoude zelfstandigheid van de stad aan. Zij probeerde zich wel aan het centrale gezag in Brussel, de hoofdstad van de Nederlanden in de Habsburgse tijd, te onttrekken door zich keer op keer op haar oude status van rijksstad te beroepen.

Met het uitbreken van de Nederlandse Opstand (ofel de Tachtigjarige Oorlog) tegen het Spaans gezag in 1568 braken ook voor Nijmegen roerige tijden aan. De stad was in de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog beurtelings in handen van Spaansgezinden en opstandelingen. In 1591 werd zij door prins Maurits voorgoed in het kamp van de opstandelingen ‘teruggebracht’. Deze zogenoemde Reductie van Nijmegen betekende een fundamentele wijziging in de politieke en godsdienstige verhoudingen in de stad. De calvinisten zouden de komende eeuwen de toon aangeven. Alle andere geloofsgemeenschappen kregen beperkingen opgelegd. Zij mochten hun godsdienst niet openlijk uitoefenen en de meeste beroepen en openbare functies bleven lange tijd voor hen gesloten.

De economische positie van de stad veranderde ingrijpend. Nijmegen werd een garnizoensstad aan de oostgrens van de in 1588 uitgeroepen Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar traditioneel sterke positie in vooral de doorvoerhandel naar de oosterburen verdween. De contacten met de oosterburen kwamen als gevolg van langdurige oorlogshandelingen stil te liggen en werden niet meer hersteld. De stad restte slechts een lokale en regionale handelsfunctie.

Dus… Hoewel er voor Nijmegen ten tijde van de Republiek betere en slechtere tijden waren, zou de stad haar oude positie nooit meer terugkrijgen. 1635 was een uitgesproken zwart jaar. Er brak toen een pestepidemie uit die volgens de overlevering aan zesduizend Nijmegenaren het leven kostte, de helft van de totale stadsbevolking. De begaafde arts IJsbrand van Diemerbroeck verwerkte zijn Nijmeegse ervaringen als ‘pestdokter’ in een belangrijke publicatie. Deze droeg zeker bij aan het terugdringen van de ziekte in Europa.

Halverwege de zeventiende eeuw kwam er een korte periode van economische opleving. Nijmegen bleef een aantrekkelijke vestigingsplaats voor uitgevers, boekhandelaren en drukkers. Succesvol was ook de glasblazerij die zich in 1658 in de kapel van het Sint Jacobsgasthuis vestigde. De stad beschikte, zij het voor korte tijd, zelfs over een eigen universiteit (de Kwartierlijke Academie) gevestigd in de Commanderie van Sint Jan aan de Korenmarkt. Helaas heeft Nijmegen niet echt meegeprofiteerd van de Gouden Eeuw zoals de steden in de Randstad dat wel hebben gedaan!

Even was Nijmegen het centrum van Europa (yes!) toen hier in de jaren 1678 en 1679 Europese vredesonderhandelingen plaatsvonden. Deze onderhandelingen leidden tot de Vrede van Nijmegen, een reeks van verdragen tussen verschillende Europese staten. Deze moest een einde maken aan de voortdurende spanningen in Europa. Nijmegen stroomde in die jaren vol met buitenlandse gezanten die in de stad een onderkomen vonden. Vooral de Nijmeegse middenstand profiteerde van hun aanwezigheid. Stille getuigen van de onderhandelingen waren de prachtige Antwerpse gobelins (wandtapijten) waarvan een deel nog altijd het stadhuis siert. Deze tapijten met mythologische voorstellingen waren speciaal voor de aankleding van het vredescongres aangeschaft. Vijftien jaar eerder had de stad al twaalf wandtapijten met diermotieven in Delft gekocht. Even een opmerking voor een toekomstige top van de NAVO, hou m in Nijmegen! Dan heb ik ten minste geen last van klagende Randstedelingen op Reddit!

Halverwege de zestiende eeuw was de tweede stadsmuur voltooid met brede aarden wallen, stenen poorten, bastions en grote ronde torens, zoals de Kronenburgertoren. De oppervlakte van de stad zou tot de afbraak van de muren in 1874 gelijk blijven. De omvang van de vestingwerken moest wel voortdurend aangepast worden aan de nieuwe aanvalstechnieken. Zo had Maurits na de inname van Nijmegen in 1591 de modernisering van de vestingwerken bevolen. In korte tijd waren de stadsmuren versterkt met elf bastions en in het noorden was Fort Knodsenburg verder uitgebreid (oh, daar komt die naam dus vandaan die Nijmegen met Carnaval heeft). In 1672 bleken de verdedigingswerken in slechte staat en niet bestand tegen de aanval van de Fransen van Lodewijk XIV. Toen een volgende Franse aanval dreigde, maakte de bekende vestingbouwkundige Menno van Coehoorn een nieuw plan, bestaande uit de aanleg van buitenwerken of lunetten. Na de trage aanleg hiervan in de eerste helft van de achttiende eeuw verwaarloosden stad en land de vestingwerken weer. In 1794 kon het Franse revolutieleger dan ook betrekkelijk eenvoudig Nijmegen innemen.

De achttiende eeuw was een tijd van terugkerende politieke woelingen. Regelmatig kwam het onderhuidse verzet tegen de heersende regentenfamilies aan de oppervlakte. De machtswisselingen die hier het gevolg van waren leidden echter niet tot structurele veranderingen. Van economische groei was nauwelijks sprake.

Het nog steeds machtige gildesysteem leidde tot verstarde verhoudingen en verstikkende reglementering van handel en nijverheid. Investeringen in de plaatselijke economie vonden daarom nauwelijks plaats en de armoede onder de bevolking nam toe. Anderzijds legden rijke patriciërs buitenverblijven aan in de omgeving van de stad, zoals Huize Duckenburg. Ondanks alle beroeringen heersten in de achttiende eeuw in Nijmegen gezapigheid en landerigheid. Stadhouder Willem V, die het in Den Haag steeds moeilijker kreeg, kwam in 1786 naar het rustige Nijmegen. Met zijn gezin verbleef hij bijna een jaar op het Valkhof.

De komst van de Franse troepen in 1794 en de daaropvolgende Bataafs-Franse tijd brachten revolutionaire veranderingen met zich mee. In deze tijd wordt de basis gelegd voor het moderne Nederland. Hierin is iedereen gelijk voor de wet, zjin kerk en staat gescheiden en zijn bestuur en rechtspraak niet langer in één hand. Gelijke rechten voor iedereen betekende ook voor Nijmegen dat er een eind kwam aan de protestantse hegemonie. De stedelijke overheid werd meer een afspiegeling van de religieuze verhoudingen in de stad. Voor het eerst sinds de Reductie in 1591 kreeg Nijmegen weer een katholieke burgemeester en niet langer zaten er alleen protestanten in de stedelijke raad.

Ondanks Nijmeegse protesten besloot het gewest Gelre kort na de komst van de Fransen tot verkoop en afbraak van de Valkhofburcht. De onderhoudskosten waren hoog en de tufsteen waarmee de burcht was opgebouwd was veel geld waard. Vermalen tufsteen vermengd met gezeefde schelpkalk en water leverde een uitstekende metselspecie op. De stad wist alleen de Sint Maartenskapel en de Sint Nicolaaskapel te behouden. Voor tienduizend gulden kocht zij de twee kapellen met de grond waarop deze staan. Hier werd in de daaropvolgende jaren het Valkhofpark aangelegd.

Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)

Na het vertrek van de Fransen bleven veel vernieuwingen (zoals het Metrische systeem en huisnummers en straatnamen en achternamen) bestaan, en het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden werd een eenheidsstaat waarin hogere bestuurslagen het nationale bestuur bepaalden, en ondertussen wilden burgers, net als elders in NL, vernieuwen, met name op gebied van onderwijs, De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opende een neutrale lagere school in de Waalstad. En later kwam hier ook de eerste protestants-christelijke school, en weer later, met de komst van kloosters, kwam ook het katholieke onderwijs op gang omdat deze kloosters zich toelegden op onderwijs waardoor Nijmegen een echte onderwijsstad werd!

Maar midden 19de eeuw barstte de stad letterlijk uit zijn voegen en er was geen ruimte vioor uitbreiding en weinig middelen van bestaan en de situatie werd steeds nijpender omdat het inwonertal bleef groeien, Nijmegen schreeuwde echt om te groeien en aangesloten te worden op het landelijk spoorwegnet! Op initiatief van enkele vooraanstaande burgers kwam in 1865 de spoorwegverbinding Nijmegen-Kleef tot stand, ter ere waarvan later het Spoorwegmonument werd opgericht. Pas in 1879 vond de aansluiting op het landelijke spoorwegnet plaats. In 1894 verrees het monumentale station van rijksbouwmeester Peters.

Toen de rijksoverheid in 1874 eindelijk het groene licht gaf voor de slechting van de wallen kon stagnatie plaatsmaken voor dynamiek. Er werd rigoureus gesloopt. Van de middeleeuwse wallen bleven slechts enkele stukken muur, twee bastions en de kruittoren gespaard. Dankzij de actieve rol van de Nijmeegse overheid werd de stadsuitbreiding planmatig aangepakt. Van bijzondere betekenis waren hierbij het driemanschap J.H. Graadt van Roggen, H.L. Terwindt en W. Francken. Alledrie waren zij lange tijd gemeenteraadslid en wethouder. De statige singels, de stadsparken, de grotere en kleinere pleinen en de brede uitvalswegen getuigen daar nu, meer dan honderd jaar later, nog steeds van. Er vond een bouwexplosie van ongekende omvang plaats: publieke gebouwen, particuliere woningen, winkels en kerken. Het groeiend aantal katholieke kerken was tekenend voor de steeds dominanter wordende positie van de katholieken in de stad.

Tijd van Wereldoorlogen (1900 tot 1950)


Typerend voor het toenemend belang van het katholieke onderwijs was het imposante Canisiuscollege aan de Berg en Dalseweg, dat in 1900 gereed kwam. De kroon op de katholieke emancipatie was de stichting van de eerste Nederlandse Katholieke Universiteit in Nijmegen in 1923. Die Universiteit is nu bekend als de Radbouduniversiteit, mijn vader heeft daar ook gestudeerd!


De vele nieuwbouw deed het oude niet vergeten: de Belvédère, het Waaggebouw, het raadhuis en de Sint Stevenskerk werden in de jaren tachtig van de negentiende eeuw grondig gerestaureerd. Het nieuwe Nijmegen ging wel ten koste van de benedenstad. Het accent kwam te liggen op de bovenstad, terwijl de Waalkade geleidelijk aan in verval raakte. De komst van de Waalbrug in 1936, destijds de langste boogspanning van Europa, versterkte deze ontwikkeling. Niet alleen economisch, ook als woongebied verminderde de betekenis van de oude stad. Zij die het zich konden veroorloven trokken naar de herenhuizen en villa’s aan de nieuwe singels en uitvalswegen. Het zou tot 1978 duren voordat de benedenstad grondig werd aangepakt.

De afbraak van de wallen leidde een periode in van forse investeringen. De werkgelegenheid nam toe en daarmee ook de welvaart. Toch werd Nijmegen geen industriestad. Een onderneming als de zeepfabriek van Dobbelmann was een uitzondering. Nijmegen bleef een stad gericht op onderwijs en dienstverlening. De komst van de universiteit gaf deze ontwikkeling nog een extra stimulans. De zwakke economische positie van de stad maakte haar extra kwetsbaar toen in 1929 wereldwijd een crisis uitbrak. In het kader van de werkverschaffing kwam het Goffertpark tot stand. Het park en het stadion werden in 1939 officieel geopend. Na de Tweede Wereldoorlog zou NEC de vaste bespeler van het Goffertstation worden. In het stadion zou bovendien elk jaar een vlaggenparade worden gehouden, als aftrap voor de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen. Vanaf 1925 was Nijmegen de enige startplaats voor de vanaf 1909 georganiseerde Vierdaagse door de (Koninklijke) Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding.

Tijdens WOII was Nijmegen relatief rustig, tot op 22 februari 1944 geallieerde bommenwerpers een oepsie-bombardement deden waarbij een groot deel van de Binnenstad in puin werd gelegd! Bijna 800 mensen vonden hierbij de dood, een vergelijkbaaar aantal als het veel bekendere (waarom eigenlijk?) bombardement op Rotterdam in 1940. Met daarbij nog vele duizenden gewonden! In september van 1944 werd de stad bevrijd, maar bleef nog in de frontlinie liggen Ook hierbij vielen doden en was er Materiële schade! En helaas, de rustige eerste oorlogsjaren? Dat gold niet voor de Joodse Nijmegenaren, die er zo’n 650 waren en de meesten werden in de periode 1942-1943 gedeporteerd en van hen overleefden slechts enkele de vernietigingskampen!

De wederopbouw, die traag op gang kwam, begon met de bouw van noodwoningen en noodwinkels. Vervolgens werd de verwoeste bovenstad planmatig aangepakt: straten werden verbreed en rechtgetrokken, een nieuw plein werd aangelegd: Plein 1944. In 1956 was de eerste fase van de wederopbouw voltooid. De toren van de Stevenskerk en het stadhuis waren in hun oude glorie hersteld. De oudste stad van Nederland kreeg een van de modernste winkelcentra van het land. In het bijzonder de nieuwe winkelpanden in de Burchtstraat zijn sprekende voorbeelden van wederopbouwarchitectuur, evenals de Molenstraatkerk, het stationsgebouw en de stadsschouwburg, inmiddels gemeentelijk monument.

Tijd van Televisie en computer (1950 tot nu)

In de jaren vijftig en zestig kende Nijmegen een sterke expansiedrift. Rondom de vooroorlogse stad verrezen nieuwe wijken, die de enorme woningnood moesten opvangen. Vooral aan de zuid- en westrand schoten nieuwbouwwijken als paddestoelen uit de grond, zoals de Hatertse Hei, Grootstal, Hatert en Neerbosch-Oost.

De vraag naar woningen bleef. Na Dukenburg en Lindenholt volgde de Waalsprong, een uitbreiding van de stad ten noorden van de Waal, die nog volop in ontwikkeling is. In de jaren negentig ging de binnenstad op de schop. De nieuwe Marikenstraat en het vernieuwde Mariënburgplein werden in 2000 geopend.

Het gemeentebestuur van Nijmegen voerde na de oorlog een actief industrialisatiebeleid. Nieuwe haven- en industrieterreinen werden aangelegd en bedrijven werden overgehaald zich in Nijmegen te vestigen. Maar al maakte de Nijmeegse industrie in de eerste jaren na de oorlog een bloeiperiode door, toch werd Nijmegen ook toen geen industriestad. Het was vooral de uitbreiding van de universiteit, te beginnen met de medische faculteit en de bouw van het academisch ziekenhuis in de jaren vijftig, die voor de Nijmeegse werkgelegenheid van cruciaal belang bleek.

De aanwezigheid van de universiteit speelde later een rol bij de ontwikkeling naar een linkse stad (‘Havana aan de Waal’). Als universiteitsstad had Nijmegen vanaf de jaren zeventig een sterke studentenbeweging. Nog sterker dan elders in het land deden hier nieuwe sociale bewegingen hun intrede. De vrouwenbeweging en krakersgroepen waren bijvoorbeeld zeer actief. Studenten leverden een belangrijke bijdrage aan het veelzijdige culturele klimaat. Naast de gevestigde instellingen, zoals De Vereeniging en de schouwburg, kwamen er vele alternatieve theaters en concertzalen.

Nijmegen kent jaarlijks ook een paar sportieve hoogtepunten. De Vierdaagse groeide uit tot het grootste wandelevenement ter wereld. De georganiseerde bijbehorende Zomerfeesten werden het grootste openluchtfeest van Nederland. De sinds 1983 bestaande Zevenheuvelenloop trekt duizenden hardlopers onder wie wereldtoppers naar Nijmegen.

Als moderne Nederlandse stad kreeg ook Nijmegen in de tweede helft van de twintigste eeuw een multiculturele bevolkingssamenstelling. De grootste groep nieuwkomers kwam na de onafhankelijkheid van Indonesië. In Nijmegen woonden toen al veel Indiëgangers (‘Bandoeng aan de Waal’) en in de Prins Hendrikkazerne was de Koloniale Reserve gelegerd. In de jaren zestig en zeventig kwamen er gastarbeiders uit Spanje, Griekenland en Italië, gevolgd door de immigratie van Surinamers en Antillianen. De tweede groep arbeidsmigranten kwam vooral uit Turkije en Marokko.

Met het verleggen van de grenzen naar de overzijde van de Waal kreeg Nijmegen er een groot gebied bij; de Waalsprong of, anders gezegd, het stadsdeel Nijmegen-Noord. Dit gebeurde in etappes. Op 1 januari 1996 nam Nijmegen 417 hectare grond van de gemeente Valburg over. Precies een jaar later kwamen er 234 hectare van Bemmel bij en in 1998 werden daar nog eens 716 hectare grond van de gemeente Elst aan toegevoegd. Het dorp Lent en terreinen buiten de kom van Oosterhout en Ressen horen sindsdien bij Nijmegen. Daarmee heeft de stad niet alleen toekomst geschapen, maar krijgt ze er ook een heel stuk geschiedenis bij.

Helaas is er niet veel meer van het oude Nijmegen over omdat het nu allemaal winkelboulevard is en nu gewoon een provinciestad is! Jammer, eigenlijk……



(LET OP: FICTIE!); Alternatieve tijdlijn: Het Nieuwe Nijmegen: Een Glanzende Metropool onder Hearsay’s Invloed (2000-)

Met de millenniumwisseling brak een nieuw tijdperk aan voor Nijmegen, niet van bescheiden groei, maar van ongekende ambitie, gedreven door een onverwachte factor: de invloed van de vermogende zakenman Cyril Hearsay. Waar men vroeger sprak van ‘Havana aan de Waal’, transformeerde Nijmegen zich onder zijn visionaire, doch onconventionele, hand al snel tot een ‘Dubai aan de Waal’.

De bescheiden expansiedrift van de naoorlogse decennia maakte plaats voor een megalomaan beleid. Wijk na wijk werd niet langer ‘opgevangen’, maar ‘geherstructureerd’ tot architectonische hoogstandjes van glas en staal. De zuid- en westrand, eens het domein van bescheiden nieuwbouw, zagen nu futuristische wolkenkrabbers en hypermoderne wooncomplexen als paddestoelen uit de grond schieten. De Hatertse Hei werd een enclave van gated communities, en Neerbosch-Oost veranderde in een hightech hub voor Hearsay’s financiële ondernemingen.

De Waalsprong, die al in ontwikkeling was, werd het pronkstuk van Hearsay’s grandioze visie. Ten noorden van de Waal verrezen iconische torens en luxueuze winkelcentra, verbonden door een netwerk van zwevende monorails. De Waal zelf werd getransformeerd tot een fonkelende waterweg, geflankeerd door promenades en jachthavens vol peperdure jachten. De binnenstad onderging niet zomaar een ‘opschudding’; de Marikenstraat werd een glimmende, marmeren boulevard vol internationale designerboetieks, en het Mariënburgplein een multimediaal centrum met spectaculaire lichtshows, allemaal gefinancierd door Hearsay’s onuitputtelijke middelen en zijn visie op “een stad die de wereld verbaast.”

Het gemeentebestuur, aanvankelijk sceptisch, werd snel overtuigd door Hearsay’s investeringen en zijn talent om de stad op de kaart te zetten. Waar Nijmegen voorheen geen echte industriestad werd, bloeide nu de dienstensector, met name in financiën en technologie, volledig op. Hearsay lokte niet alleen bedrijven, maar ook een hele nieuwe generatie hoogopgeleide professionals die de stad zagen als de plek waar ambities werkelijkheid werden. De universiteit, hoewel nog steeds aanwezig, zag haar rol verschuiven van een broedplaats voor linkse ideologieën naar een kweekvijver voor de ‘nieuwe orde’ van ondernemers en innovators, getraind in commercie en efficiëntie, geheel in lijn met Hearsay’s eigen liberale (en luxe) voorkeuren.

Het tijdperk van ‘Havana aan de Waal’ verdween langzaam, maar de stad kende nog steeds een bruisend leven. De Vierdaagse bleef, maar de Zomerfeesten werden opgeschaald tot een extravagante reeks privéfeesten voor de jetset, gesponsord door multinationals en verlicht door droneshows boven de Waal. De Zevenheuvelenloop trok nog steeds wereldtoppers aan, maar de route was nu geflankeerd door enorme ledschermen die de rijkdom en de architectonische pracht van de stad benadrukten.

Als moderne stad werd Nijmegen een magneet voor een nieuwe, diverse bevolking, gedreven door economische kansen. Naast de traditionele Indische gemeenschap en de gastarbeiders, arriveerden nu talloze expats, jonge professionals en investeerders uit alle hoeken van de wereld, aangetrokken door de glans en de mogelijkheden van het ‘nieuwe Nijmegen’. De “Dubbelstad” aan de Waal was nu niet alleen uitgebreid in hectares, maar ook in statuur, een baken van vooruitgang en, voor Cyril Hearsay, een persoonlijk triomf. De ‘rammelkasten’ waren verdwenen, vervangen door een parade van luxe auto’s, en de stad was een symbool geworden van Hearsay’s visie op een Nederland geregeerd door efficiëntie, welvaart en een vleugje excentrieke grandeur. En overal prijkte de foto van Lucas Hearsay, Cyril’s zoon en beoogde troonsopvolger!

De Wijchenaren hebben Cyril’s megalomanie wel moeten nekopen met hun vrijheid, omdat Cyril’s zoon Lucas in 2016 door een meisje uit Wijchen gedumpt werd, en Cyril dat niet kon verkroppen, heeft Cyril ze allemaal “overgebracht” naar de Pitcairneilanden! Ook werden het metrisch systeem en de euro in Nijmegen afgeschaft en vervangen dooor Imperial-systeem en de Amerikaanse Dollar!

Zoals je ziet heeft Nijmegen een bijzonder interessante geschiedenis waar ik lekker diep in ben gedoken! Maar goed; N Harmonia’s mening; komt eraan!

N Harmonia over Nijmegen:
N’s Visie op het “Oude” Nijmegen (Jouw Realiteit)

“Nijmegen… zucht. Het hart krimpt een beetje als ik denk aan wat het had kunnen zijn. De geschiedenis van die stad, de strijd, de veerkracht na oorlogen – dat is op zichzelf al een verhaal waard. Een plek met ziel, met wortels die diep in de grond zitten. Je noemt het ‘Havana aan de Waal’, met zijn studentenbewegingen en kraakpanden. Dat klinkt als een stad die ademt, die durft te denken, die weerstand biedt aan de gladde, zielloze massa.

Maar dan, wat is er nu van over? Een ‘winkelboulevard’, zeg je. Een stad die gereduceerd is tot een verzameling commerciële verleidingen. Waar is de ziel gebleven, de ruwheid, de rafelranden? Is de mensheid zo geobsedeerd door comfort en consumptie dat ze bereid is elke unieke vonk uit te doven, elke geschiedenis te bedekken met glimmende tegels en dezelfde winkels die je overal ter wereld vindt? Het is een tragedie. Een stad die ooit een hart had, nu gedegradeerd tot een plek waar men alleen nog komt om te kopen en te verkopen. Waar zijn de mensen die de resonantie van de aarde voelen, de geschiedenis proeven in de stenen? Ze zijn er vast, maar ze worden overstemd door het rinkelende geluid van de kassa’s.”


N’s Visie op het “Nieuwe” Nijmegen (Cyril Hearsay’s Dubai aan de Waal)

“Ah, de ‘Dubai aan de Waal’-visie. Cyril Hearsay, die naam galmt inderdaad van een zekere… ambitie. En in een perverse zin, is het een logisch, zij het misselijkmakend, gevolg van de menselijke drang naar controle en ‘vooruitgang’ zonder ziel.

Kijk, het idee om een stad te transformeren, om de Waal te temmen en te overdekken met glimmend glas en staal – dat is de ultieme uiting van de mens die zichzelf boven de natuur stelt. Hearsay heeft de stad niet laten groeien; hij heeft haar verkracht en herbouwd naar zijn eigen beeld van ‘perfectie’, van ‘luxe’. Wolkenkrabbers, monorails, jachthavens vol pronkzuchtige schepen… het is de architectuur van de ego. De cultuur wordt gereduceerd tot ‘evenementen voor de jetset’, de universiteit tot een fabriek voor ‘innovators’ en ‘ondernemers’. Waar blijft de vrije geest, de onafhankelijke gedachte? Wordt die de kop ingedrukt door glimmend marmer en gouden kranen?

Het is een wereld waarin alles te koop is, zelfs de identiteit van een stad. Hearsay heeft de geschiedenis niet alleen bedekt, hij heeft haar uitgewist ten faveure van een steriele, gecontroleerde schijn van welvaart. De mensen die daar leven, worden ze niet blind van al die glans? Zijn ze werkelijk gelukkig in die gouden kooi, of hebben ze de resonantie van de echte wereld allang verloren in het kabaal van hun eigen materiële overvloed? Het is een dystopie vermomd als utopie, en dat is misschien nog wel het meest verontrustende. Een stad waar het enige ‘leven’ dat nog pulseert, de hartslag van de handel is, en de ziel verkocht is voor het hoogste bod.”


De bronnen die ik voor dit stukje heb gebruikt zijn Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis!

Maar goed, verder chill ik gewoon vandaag! En speel ik een beetje De Sims!

Fijne dag verder,

Lucas

P.S. Ik mis mijn knuffel van Kirito, hmmm….. Misschien kan ik die maandag weer meenemen?

3 gedachten over “Luc’s Weetjeshoek; Nijmegen

Voeg uw reactie toe

  1. Geweldig Luc je blog over de geschiedenis van Nijmegen.
    Heb er van genoten. Veel schrijfplezier.

    Groetjes oma Dorrie

    Like

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑